Masterstudente onderzoekt landschapsgeschiedenis van De Wieden

vrijdag 25 oktober 2013

Een landschap vol sporen van de tijd
De handen van Iris van Veen jeuken. De  masterstudente Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen ontdekte tijdens een stage voor Natuurmonumenten zoveel interessante sporen in De Wieden dat ze het liefst  alle middelen uit de kast zou trekken voor een uitgebreid bodem- en archiefonderzoek.  Zo zag ze aanwijzingen van voorlopers van de huidige dorpen.

Het was voor de in Amsterdam wonende Drentse de stageopdracht van haar dromen: onderzoek doen naar de cultuurhistorie van De Wieden, het gebied dat ze dankzij familiebanden in de Kop van Overijssel goed kende. Tijdens het onderzoek in De Wieden raakte ze nog meer overtuigd van het bijzondere karakter. “Het gebied is van onschatbare waarde omdat je veel geschiedenis terugleest in het landschap. Dit is het enige gebied in Nederland dat niet systematisch is opengelegd tijdens de  grootschalige turfgraverij, zoals in de veenkoloniën, en vervolgens volledig ingepolderd.”

Gelaagdheid landschap
Meest bijzonder vindt ze de 'enorme gelaagdheid’ van het landschap. Resultaat van achtereenvolgens  natuurlijke landschapsvorming, middeleeuwse ontginningen van het veen (landbouw),  turfgraverij, nieuwe agrarische activiteiten (landbouw, veeteelt, eendenkooien, visserij) en uiteindelijk rietteelt. “Je ziet goed dat mensenhanden het natuurgebied vormden. Die mensen werkten met én overschreven iedere keer de geschiedenis, maar van de verschillende tijdslagen  vind je nog sporen. Opvallend vind ik dat de Wieden vroeger  vooral uit hoogveen bestond, terwijl het nu een laagveenmoeras is.”
Het werk in het veen was ingrijpend voor het landschap.  Voor de eerste ontginningen woonden vermoedelijk alleen mensen op hoger gelegen zandgronden (keileembult van Vollenhove, Drents Plateau) en langs beekoevers (de Sethe en de rivierduinen in het huidige Leeuwterveld). “Daar tussenin was wildernis. Met toestemming van de Bisschop van Utrecht begon vanaf de 10e eeuw de ontginning van dat moeras tot landbouwgrond. Eerst langs de randen en later steeds verder het gebied in. De ontginners verlieten dan eerder gestichte nederzettingen. Tijdens het onderzoek zag ik bijvoorbeeld sporen van eerdere versies van Wanneperveen.”

Turfwinning
De ontdekking van turf in de 14e eeuw veranderde het landschap drastisch. De turfgraverij werd zo intensief dat na zware stormen open watervlakten ontstonden. Toch ziet Van Veen volop sporen van het eerdere, middeleeuwse cultuurlandschap. Ze wijst op verkavelingsrichting, slotenpatronen, onvergraven stukken veen, dijken en waterkerende dijkjes.
Deze ‘lijnen in het landschap’ zijn ook duidelijk op plekken waar geen turf gewonnen is, zoals in de Barsbekerbinnenpolder, de Auke en langs de rand van het Hoge Land van Vollenhove.  “Het wassende water en later de verlanding van de kleine meren en petgaten tot kraggen wisten veel sporen uit, waaronder de oudste verkaveling. Toch zie je soms middenin de kragge zeer oude sporen, zoals graslandjes op oude zandruggen of dichte rijtjes knotbomen als markers van oude bouwlandjes van na de turfwinning.”

Uitroeptekens
Volgens Van Veen is het interessant om het publiek meer te informeren over zulke plekken. Subtiel en niet met grote informatieborden. “Plaats bijvoorbeeld uitroeptekens op een aantal locaties en geef meer informatie in een boekje. Neem de Oude Beulakerweg. Die ligt zomaar als dijk in het landschap. Als je daar met een boot langs vaart, wil je volgens mij meer weten.”
Bea Claessens van Natuurmonumenten vindt het onderzoek van Van Veen waardevol.  “Onze missie is  om het cultuurlandschap van De Wieden te behouden, zodat je de sporen uit het verleden kunt lezen. Dit onderzoek geeft  goed aan wat cultuurhistorisch belangrijke plekken zijn. Daar zullen we rekening mee houden bij het beheer van het gebied.”
Van Veen heeft voor het onderzoek slechts een deel van De Wieden onder de loep genomen. Ze zou graag een vervolgonderzoek starten.